Wethouder Van Montfoort zegt toe om de juridische vraag van het CDA voor de raadsvergadering schriftelijk te beantwoorden.
Portefeuillehouder
Wethouder van Montfoort
Advies griffie
Deadline
05-02-2026
Stand van zaken
27.01.2026
In de commissievergadering van 20 januari jl. heeft de fractie van het CDA gevraagd om in de door het college aangeboden Nota parkeernormen (agendapunt 5.2.3) in paragraaf 3.5, stap 4 zodanig te herschrijven dat het een duidelijke “kan-bepaling” is.
Een kan-bepaling is een bepaling in wet- en regelgeving of beleid, waarin staat dat een bestuursorgaan iets mag doen, maar er geen plicht bestaat om die bevoegdheid altijd te gebruiken. Het gaat dus om een discretionaire bevoegdheid: de toepassing hangt af van de omstandigheden of een belangenafweging.
Naar de mening van het college staat stap 4 van paragraaf 3.5 van de Nota parkeernormen duidelijk omschreven als een “kan-bepaling” volgens bovenstaande definitie, namelijk:
Stap 4: Parkeereis middels anterieure overeenkomst regelen
Indien voorgaande stappen geen mogelijkheden bieden om (volledig) te voldoen aan de parkeereis, dan bieden maatwerkafspraken een laatste mogelijkheid. In deze situatie kan, onder voorwaarden, afgeweken worden van de in deze nota genoemde parkeernorm. Er kan bijvoorbeeld een lagere parkeernorm overeengekomen worden, maar deze aangepaste parkeernorm dient wel te vallen binnen de bandbreedte van parkeerkentallen van CROW. In de anterieure overeenkomst worden vervolgens voorwaarden vastgelegd hoe de afwijking van de in deze nota vermelde parkeernorm gecompenseerd wordt.
Als gemeente en initiatiefnemer overeenkomen om een lagere norm binnen de bandbreedte te hanteren, kan de gemeente ter compensatie aanvullende eisen aan de openbare ruimte stellen.
Naar de mening van het college geeft met name het onderstreept gedeelte van stap 4 duidelijk aan dat dit een zgn. “kan-bepaling” betreft. Wij zien daarom geen noodzaak de tekst in de Nota parkeernormen te wijzigen.